START

RECREATIE

MAGAZINE

NATUUR

HISTORIE

EDUCATIE

OVER ONS

LOGIN

 
 
Bomen Planten Insecten Libellen Vlinders Vogels Vissen Zoogdieren

Gewone vlier (Sambucus nigra)

De vlier stamt uit de kamperfoeliefamilie (Sambucus) en de soortaanduiding 'nigra' verwijst naar zijn zwarte bessen. In vroege overleveringen en oude sagen wordt de vlier vaak genoemd. Aan de boom zijn door de oude volken veel zaken toegedicht en niet allemaal even positief. Voor we gaan verhalen over dit bijgeloof van Kelten en Germanen eerst maar even iets over zijn eigenschappen.

Als een vlier er eenmaal staat is hij nagenoeg onverwoestbaar. De struikachtige soort kan tot boomhoogte reiken, heeft weinig licht nodig en stelt bescheiden eisen aan de grond waarin ze wortel schiet. Ze gedijdt goed in een stikstofrijke bodem. Hoewel grote delen van de Biesbosch uit deze grondsoort bestaat is het bestaan van de vlier in dit ruige gebied voor een groot deel gebaseerd op een gebeurtenis in de vorige eeuw.

Normaal gesproken kregen vlierpitten die door spreeuwen op de rietgorzen werden uitgepoept door het snel groeiende riet geen kans om te ontkiemen. Toen het getij in 1970 echter in één klap wegviel, bleven veel gorzen lange tijd bloot liggen en kregen de pitten wel een kans om te ontkiemen. Het volgende jaar was alle ruimte op de gorzen echter alweer bezet door andere ruigtenplanten. Vlierpitten die dat jaar op het gors vielen en wilde kiemen verstikten in de overige plantengroei. Zo kreeg de vlier dus één kans om zich in de Biesbosch te vestigen en niet zonder succes.

Hij is bestand tegen de soms moeilijke omstandigheden van het zoetwatergetijdengebied en zelfs in staat om langere tijd met de 'voeten' in het water te staan. De vlier is in de Biesbosch, naast de wilg, een van de meest voorkomende soort, maar of dat zo zal blijven is dus maar de vraag.

De gemiddelde levensduur van een vlier in De Biesbosch is een jaar of veertig. Veel van de in 1971 ontkiemde struiken beginnen inmiddels af te sterven. Het kaalvreten van de stam door (Noorse)woelmuizen in de magere wintermaanden - sommige struiken hebben helemaal geen bast meer - zal ze ook weinig goed doen. Zo vormt de vlier een typisch aspect in de ontwikkeling van de Biesbosch van na 1970 maar zal er op termijn waarschijnlijk steeds minder voorkomen omdat de zaden geen kans krijgen te ontkiemen tussen de ruigtenkruiden.

Het afvoeren van vocht en gal is de belangrijkste geneeskrachtige werking die wordt toegeschreven aan de vlier. Ook kan het de menstruatie bij vrouwen bevorderen. Andere toepassingen zijn oa. gebruiken tegen aandoeningen als mondzweren, epilepsie en kroep.

Volksgeneeskunde
Vroeger maakte men thee van de vlierbast en dat zou de afvoer van overtollig vocht bevorderen. De bast werd een nachtje in koud water gezet en ’s morgens even opgewarmd, echter niet gekookt. Men maakte ook thee van vlierbladeren. Deze thee zou de menstruatie bevorderen en de afvoer van gal.

Gebruik de groene delen van de plant niet. Deze zijn giftig.

Enkele werkzame stoffen:
bloesem: etherische olie, looistof, slijmstof, choline en vruchtzuren.
blad en bast: looistoffen, harsen, een alkaloïde en saponine.
bessen: vruchtzuren, etherische olie, suiker en vrij veel vitamine A en C.

Welk deel kun je gebruiken?
Juni en juli: blad en bloesem.
Sept. en oktober: bessen.

Voedsel
Naast de bessen en de bloesem kunnen ook de bladeren van de vlier worden gebruikt als voedsel. Met name de zwarte bessen bevat veel vitamine C en vinden dan ook hun weg in veel gerechten.

Eigenschappen
Warm gedronken thee van de bloesem is zweetbevorderend en wordt gebruikt bij griep en verkoudheid.

De urineafdrijvende werking is goed toe te passen bij jicht en reuma (één theelepel gedroogde bloesem op één kopje kokend water).

Waar mensen wonen, huist de vlier, ook vroeger al. De Germanen en Kelten geloofden in de bijzondere krachten van de vlier. De vlierstruik zou ze beschermen tegen boze geesten. Men mocht dan ook niet zomaar een vlierstruik omhakken (iets waar men tegenwoordig minder moeite mee heeft). Vóór het omhakken werd de struik eerbiedig met de pet af begroet.

Vliertakken niet zomaar verbrand worden. Men legde eerst de gesnoeide takken op de grond, zodat de boze geesten zonder iemand schade te berokkenen in de aarde konden verdwijnen. Als je deze regels niet eerbiedigde, konden de boze geesten uit de vlier je alsnog het leven zuur maken.

Ook bij andere rituelen speelde de vlier een belangrijke rol. Vooral bij de dood werden zijn bijzondere gaven toegepast. Vrouw Holle, de Germaanse elfenkoningin, zorgde bij een overlijden voor het gezin. Zij werd daarom ook wel de ‘doodsengel’ genoemd. Ze kwam de zieltjes halen.
Een doodgraver ging de gestorvene met een vliertak op zijn hoed ophalen en in sommige streken kreeg de overledene een kruis van vlierhout op de borst, of een vliertak op het graf. Als het takje uitliep, had de dode de hemel bereikt. Mede hierdoor stond de vlier vroeger bij vele huisjes voor de deur.
Wanneer de Germanen of Kelten zich wat onzeker voelden of hun zelfvertrouwen was verdwenen, deed een meditatie onder de vlierstruik wonderen. Maar ook temperamentvolle personen koelden weer af als zij een tijdje onder de vlier gingen staan.

Iemand met jicht kon deze aan de vlierstruik afstrijken, de pijn verdween en men voelde zich weer helemaal fit. Zoals veel bomen en struiken kreeg de vlier bij het ontstaan van het Christendom een slechte reputatie. Men beweerde, dat Judas, voor hij zich aan een vlierstruik had opgehangen zich eerst een oor afsneed.
Op oude vlierstruiken zie je vaak trilzwammen. Deze hebben, met wat fantasie, de vorm van een oor. Was dat niet het oor van Judas? Ook ging het verhaal dat heksen in de vlier woonden en ermee toverden.

In Duitse dorpen verjoegen de landbouwers op hun eigen manier de boze geesten uit de vlier. Op bepaalde nachten in de maand mei bonden ze bij het uitspreken van gebeden een blauw lint in de vlierstruiken. Als de boom onschuldig was gebeurde er niets, zaten er boze geesten in, begon hij met een zucht te wiegen en met zijn takken te slaan. Als de geesten waren uitgebannen, kon de struik weer rustig verder leven.

Vlierbloesemsiroop
Neem een glazen bokaal van twee liter inhoud en stop deze vol met verse vlierbloesem. Snijdt twee dun geschilde citroenen in schijven en voeg die erbij. Alles goed aandrukken en giet er koud water over. Laat het mengsel 24 uur op een warme plek staan. Giet het mengsel daarna in een neteldoek en pers dit heel goed uit.
Neem vervolgens een liter vocht en breng dit langzaam aan de kook. Roer er ondertussen een halve kilo suiker door en neem de pot van het vuur zodra het vocht begint te borrelen. Schuim het mengsel af en giet het in gespoelde glazen jampotten tot aan de rand. Zorg ervoor dat de potten op een natte doek staan, zo voorkom je dat ze breken. Schroef het deksel er op en zet ze omgekeerd weg.

De siroop kun je gebruiken in de yoghurt, bij cake, in de pudding of over pannenkoeken. Een heerlijke drank is wat siroop in gekoelde witte wijn. Voor kinderen kan de siroop gemengd worden met mineraalwater.

Je kunt van deze siroop ook jam maken met de daarvoor in de handel zijnde geleermiddelen.

Vlierbessensiroop
Gebruik hiervoor de zwarte bessen van de vlier. De groenen zijn licht giftig. Kijk goed naar de bladeren van de struik. De gewone vlier heeft drie tot zeven eironde gezaagde deelblaadjes en de kruidvlier heeft zeven tot elf gezaagde deelblaadjes met aan de voet van de bladsteel een paar gezaagde steunbladeren. Als je vijf oneven gevinde delen aan elk blad vindt, dan heb je de goede struik.
Was de bessen en doe ze in een pan. Laat ze even koken en pers het sap door een zeef. Op een liter sap heb je een halve kilo kandijsuiker nodig.

Breng alles aan de kook en neem dan de pan onmiddellijk van het vuur. Vul glazen potjes tot aan de rand toe vol. Draai het deksel er op en zet ze omgekeerd weg. Voor je de potjes vult, kun je er ook een takje tijm of rozemarijn in doen, deze kruiden werken antiseptisch (goed bij griep en verkoudheid).

Drie eetlepels vliersiroop per dag brengt verlichting bij hoesten.

Een feestelijk drankje
Doe een twee vingers dikke laag vlierbessensiroop in je wijnglas en giet er warme rode wijn over.

Vlierbloesempannenkoeken
Haal enkele bloemen van de vlierschermen en voeg ze bij het pannenkoekendeeg. Bak de pannenkoeken. Versier ze met een bolletje ijs en een beetje vlierbloesem en je pannen- koeken zien er feestelijk uit.

Waarschuwing
Er bestaat ook een giftige kruidvlier (sambucus ebulus). Deze struik heeft geen houtachtige stengels en sterft elk jaar af. Deze kruidvlier wordt niet zo hoog als de echte vlier. Hij bloeit pas als de andere vliersoorten bijna zijn uitgebloeid. Alle delen van deze kruidvlier bezorgen je buikloop en braakneigingen.

Het Latijnse 'Sambucus' betekend schuiftrompet. Het binnenste van de vliertakken bestaat uit een soort zacht merg wat naarmate de boom ouder wordt verdwijnt zodat men een holle tak overhoud. Dit kan de vroegere herders op het idee hebben gebracht om er de 'vlierfluitjes' van te maken.

Flierefluiter: staat voor iemand die niet al te veel uitvoert.
Vliender: iemand onder de 'vliender' leiden betekend zoveel als: haar of hem in het ootje nemen. (foppen).

Vliervlinder (Ourapteryx sambucaria)
Een vlinder uit de familie van de spanners. De rups heeft als waardplant de vlier.

Vliertakje (geometra sambucaria)
Ook een vlinder die in zijn rupsstadium op de vlier leeft.

 

ZOEKEN

 
 

GRATIS MAGAZINE

 

Schrijf je hier in voor het grat Schrijf je hier in voor het gratis magazine van het Biesbosch MuseumEiland!

 

ACTIVITEITENKALENDER

 

 

LAATSTE NIEUWS

 
Schrijf je hier in voor het grat
Museumroof

Schilderij St. Elisabethsvloed

Het Biesbosch MuseumEiland heeft de IDEA-tops Awards 2016 gewonnen in de categorie: Green Architecture

Green Key certificaat

Vrijwilligers

Bezoekers

Biesbosch Beleving

 
 
 

© biesbosch.nu