START

RECREATIE

MAGAZINE

NATUUR

HISTORIE

EDUCATIE

OVER ONS

LOGIN

 
 
Bomen Planten Insecten Libellen Vlinders Vogels Vissen Zoogdieren

Paling (Anguilla anguilla)
Maximale afmeting:175 cm.

Als je iemand vraagt of hij de naam weet van een vis die lijkt op een slang en zo glad is als een ...? Dan zal in de meeste gevallen het juiste antwoord komen. De paling dus, in de volksmond ook wel aal genoemd (een aal is eigenlijk een niet geslachtsrijpe paling).
Zo glad als een aal is een bekend spreekwoord voor iemand die zeer slim is en daardoor soms moeilijk te 'vatten' is. Waarom men hiervoor de paling heeft gekozen, wordt pas echt duidelijk als u er een probeert vast te houden. De slijmlaag die over zijn lijf ligt (hij heeft hele kleine schubben) maakt hem zeer glibberig. Dit kan voor een visser misschien vervelend zijn, maar is voor de paling van levensbelang.

Het speelt namelijk een belangrijke rol bij zijn ademhaling. Die vindt dan ook deels via de huid plaats. Dit geeft de paling ondermeer de mogelijkheid om langere tijd buiten het water te overleven en zo obstakels als dijken en andere hindernissen te overwinnen. Naast deze bijzondere eigenschap heeft de paling ook nog een uitzonderlijk reukvermogen.

De paling die vanuit de binnenwateren op trek gaat om te paaien, wordt schieraal genoemd. Deze schieraal heeft heel wat over voor zijn nakomelingen. Hij zwemt de enorme afstand van 4500-6000 km naar de Sargassozee om daar te paaien en kuit te schieten. Al snel daarna sterft hij. Het eerste stadium van de ontwikkeling tot volwassen paling is die van eitje tot wilgenbladlarf. Na een zwerftocht over de Atlantische oceaan van 2-3 jaar ondergaat de larf een gedaanteverwisseling tot aal. Ze zijn dan nog doorzichtig en worden daarom glasaal genoemd. Hij trekt in grote groepen de rivieren op waar de mannetjes 8-10 jaar en de vrouwtjes 10-18 jaar blijven. Als de paling 'schier' wordt, maakt hij zich klaar voor de lange tocht naar de paaigronden van zijn voorvaderen. Of hij ook weet dat hij hiervan niet zal terugkeren, zullen we waarschijnlijk nooit weten.

Er bestaan nog vele mythen en raadselen rondom het voortplantingsgedrag van de paling. Vele zijn er inmiddels opgelost, maar tot op de dag van vandaag heeft de paling nog steeds niet al zijn geheimen prijs gegeven.

We moeten eerst een hardnekkig misverstand uit de weg ruimen voor we het over zijn voeding gaan hebben. Lang heeft men gedacht dat de paling een aaseter is. Dit is onjuist gebleken. Wel eet hij (verse) dode vis. Door snel om zijn as te draaien kan hij er flinke stukken uit bijten. Het hoofdvoedsel van de paling bestaat echter voornamelijk uit ongewervelde diertjes als de vlokreeft, aasgarnaal, haften en kokkerjuffers. Vanuit een hinderlaag wil hij ook nog wel eens kleinere vissen bejagen.

Zelf staat de paling op het menu van ondermeer de aalscholver. De grootste vijand van de paling is echter de mens. Ondanks dat er tegenwoordig grote hoeveelheden paling wordt gekweekt voor consumptie is er zo intensief op hem gevist dat de vangsten de laatste decennia sterk teruglopen.

Daarnaast is de paling gevoelig voor parasieten. Ook voor vervuiling, waarvan hij sommige stoffen in zijn vetlaag opslaat en zo tot aan de mens in de voedselketen brengt.


 

ZOEKEN

 
 

GRATIS MAGAZINE

 

Schrijf je hier in voor het grat Schrijf je hier in voor het gratis magazine van het Biesbosch MuseumEiland!

 

ACTIVITEITENKALENDER

 

 

LAATSTE NIEUWS

 
Schrijf je hier in voor het grat
Museumroof

Schilderij St. Elisabethsvloed

Het Biesbosch MuseumEiland heeft de IDEA-tops Awards 2016 gewonnen in de categorie: Green Architecture

Green Key certificaat

Vrijwilligers

Bezoekers

Biesbosch Beleving

 
 
 

biesbosch.nu