START

RECREATIE

MAGAZINE

NATUUR

HISTORIE

EDUCATIE

OVER ONS

LOGIN

 
 

Eendenkooien
Eenden worden gevangen op een eendenkooi waarvan er velen in dit gebied lagen. De eendenkooi is een jachtmiddel en komt nagenoeg nergens buiten onze landsgrenzen voor. De oudste vermelding van het kooibedrijf in dit gebied is van rond 1492. Het recht tot het verlenen van een ver­gunning voor een eendenkooi was voor­behouden aan de "Prince van de Lande". Nog steeds zijn vrijwel alle eendenkooien van de staat en worden zij verpacht.

Een eendenkooi is een met bomen, struikgewas en rietmatten omgeven vijver of plas. Vanuit de hoekpunten gaan vier of vijf gebogen watergangen­, de zogenaamde vangpijpen of kelen. Deze vangpijpen worden naar het einde toe steeds nauwer en lopen trechtervormig toe. Ze zijn overkoe­peld met dun netwerk zodat een opvliegende eend niet meer kan ontsnappen. Heel vroeger werden ook wel zijtakken van killen als vangarm ingericht.­

Samen met zijn kooihond, die alleen maar reageert op commando’s die door middel van zijn hand gegeven worden, vormt de kooiker een hecht team. Op en rond een kooi was absolute stilte nodig. Daarom mocht, binnen een straal van 754 meter rond de kooi, niemand komen. De vangtijd voor de kooiker viel echter samen met de periode waarin de rietsnijder zijn riet moest snijden. Dat gaf regelmatig onenigheid. Maar ook vissers en jagers die zich te dicht in de buurt van de kooi bevonden kregen een proces aan hun broek. Omdat de pachtopbrengst van de kooi afhankelijk was van de vangst, stond de Rentmeester van de Dienst der Domeinen, een machtig man, pal achter zijn pachters als het ging om procederen.

Volgens een boek uit 1654 werden op de kooien onder Werkendam binnen 13 dagen 17.000 eenden gevangen.

Binnen het Biesboschgebied, is vandaag de dag alleen de kooi van de Hofmansplaat, nog geheel in gebruik.

Het vangen van eenden
In de kooi zijn altijd een aantal tamme kooieenden en staleenden aanwezig. Als een groep wilde eenden overvliegt, wordt hun aandacht getrokken door de kooieenden. Ze strijken neer op de plas waar het voor de kooiker zaak is zich zo rustig mogelijk te houden. De wilde eenden zullen bij het minste onraad opvliegen. Bovendien is het reukvermogen van de eend zo ontwikkeld, dat ze het gevaar sneller ruiken dan zien of horen. De kooiker loopt daarom altijd met de wind mee en probeert met brandende turf de menselijke geur te verdrijven.

De tamme eenden voelen zich in de kooiplas op hun gemak en nemen de wilde eenden zonder meer op in de groep. De kooiker loert door de kijkgaatjes in de rietschermen of er voldoende “bout” op het water is. Hij kiest de pijp die de eenden tegen de wind in zwemmend moeten bereiken. De eenden kunnen hem zo niet ruiken. Met wat graan lokt hij de staleenden de vangpijp in. Om eventuele weifelaars over te halen zet hij zijn hond in.

De hond heeft aan de handgebaren van zijn baas genoeg. Op een seintje vertoont hij zich even aan de waterkant van het rietscherm. Dat wekt de nieuwsgierigheid van de eenden op. Intussen loopt de kooiker, al voer strooiend, naar het einde van de vangpijp. De hond speelt het spel mee, door zich van tijd tot tijd te laten zien. Nieuwsgierig zwemmen de eenden achter het drentelende diertje aan. Ook hij loopt in de richting van het uiteinde van de vangpijp, de eenden meelokkend naar het overdekte gedeelte. Nu laat de kooiker zich achter de eenden zien. Geschrokken zwemmen en vliegen de wilde eenden vooruit, verder de fuik in. Hij drijft de wilde eenden tot de uiterste punt en klapt een luik achter hen dicht. Een weg terug is er niet meer.

 

ZOEKEN

 
 

GRATIS MAGAZINE

 

Schrijf je hier in voor het grat Schrijf je hier in voor het gratis magazine van het Biesbosch MuseumEiland!

 

ACTIVITEITENKALENDER

 

 

LAATSTE NIEUWS

 
Schrijf je hier in voor het grat
Museumroof

Schilderij St. Elisabethsvloed

Het Biesbosch MuseumEiland heeft de IDEA-tops Awards 2016 gewonnen in de categorie: Green Architecture

Green Key certificaat

Vrijwilligers

Bezoekers

Biesbosch Beleving

 
 
 

© biesbosch.nu