START

RECREATIE

MAGAZINE

NATUUR

HISTORIE

EDUCATIE

OVER ONS

LOGIN

 
 

Oud Pleistoceen
De opbouw van de Biesbosch begint in het oud-pleistoceen, ongeveer 1 miljoen jaar geleden.

In het Tiglien, een onderdeel van het oud-pleistoceen, werden door rivieren klei en zandlagen afgezet die behoren tot de Formatie van Kedichem. Deze rivieren overstroomden met enige regelmaat. Dicht bij de bedding was de stroomsnelheid van het water nog vrij hoog en kon alleen het zware zand naar de bodem zinken. Verder van de bedding af daalde de stroomsnelheid en kregen ook de fijne kleideeltjes de gelegenheid om te sedimenteren.

Hierdoor ontstond een differentiatie in materiaal. Dicht bij de rivier lag over het algemeen grof materiaal en verder van de rivier af lag fijne klei. Dit had hoogteverschillen tot gevolg. Bij de rivier ontstond een wat hooggelegen gebied, de zogenaamde oeverwallen, terwijl het achterland waar de fijne klei lag, lager kwam te liggen ten opzichte van de oeverwallen.

Ook heeft klei de neiging in te klinken. Dat wil zeggen dat het na verloop van tijd compacter wordt en inzakt. Zand heeft die eigenschap veel minder of niet. Dat versterkte het aanwezige hoogteverschil nog eens. Oeverwallen zijn ongeveer een paar honderd meter breed, terwijl komgronden zich tot een tiental kilometers kunnen uitstrekken. Het maximale hoogteverschil tussen oeverwal en komgrond bedraagt ongeveer 2 meter. Het was een rivierkleilandschap zoals dit kunnen we tegenwoordig nog vinden aan weerszijden van de grote rivieren.

Het oud-pleistoceen is natuurlijk niet de ondergrens van de Biesbosch. Het probleem is dat de afzettingen van deze tijd door inklinking (samenklonteren), de druk van bovenliggende lagen en chemische veranderingen zo hard is geworden dat er bijna niet doorheen is te boren. Over de perioden van voor het pleistoceen is dus weinig bekend..

Midden Pleistoceen
Onregelmatige sedimentatie kenmerkt het midden-pleistoceen. De Rijn was in die tijd een rivier met een erg onregelmatig debiet. Dat wil zeggen dat hij dan weer droog lag en dan weer een rivier van wild stromende watermassa’s was. Zo’n rivier zet geen fijn of gedifferentieerd materiaal af. Dat betekende dat er alleen pakketten grof zand en grind werden afgezet. De typische geomorfologische eenheden van een rivierkleilandschap zoals oeverwallen en komgronden ontbraken dan ook. De zandpakketten die in het midden-pleistoceen zijn afgezet heten de Formatie van Sterksel. Vanwege het verwilderde karakter van de Rijn werd een groot deel van de Formatie van Kedichem weg geërodeerd.

Aan het einde van het midden-pleistoceen, ongeveer 240.000 jaar geleden, verdween de noordelijke helft van Nederland onder een ijskap. Deze ijstijd is beter bekend als het Saalien. Smeltwater van het landijs en water uit de Rijn en Maas slepen een breed oost-west lopend dal uit in de Formatie van Sterksel waarvan de zuidelijke oever recht onder de Biesbosch loopt.

In deze periode werd materiaal afgezet wat sterk lijkt op de Formatie van Sterksel. Deze pakketten zand en grind noemen we de Formatie van Kreftenheye.

Jong Pleistoceen
Ongeveer 120.00 jaar geleden, in de volgende ijstijd die zich aandiende, het Weichselien, kwam het ijs niet in Nederland. Het stopte zo ongeveer 100 kilometer boven Friesland. Nederland veranderde in een poolwoestijn met een diepgaande permafrost. Dat wil zeggen dat de bodem permanent is bevroren. Vanuit het Noordzeebekken, dat toen helemaal droog stond, waaiden grote hoeveelheden zand in oostelijk richting. Nederland werd ondergestoven door de zogenaamde dekzanden die vanuit de Noordzee in oostelijk richting fijner werden tengevolge van de dalende windsnelheden. Het dekzand werd niet afgezet in de rivierdalen van de Rijn en de Maas. Ten eerste werd het in deze dalen regelmatig weggespoeld en ten tweede beweegt zand zich moeilijk voort over een natte ondergrond. Onder de Biesbosch vinden we dus weinig tot geen dekzand omdat in dit gebied de grote rivieren stroomden.

Holoceen
Het Holoceen begint ongeveer 10.000 jaar geleden, nadat het Weichselien was afgelopen. Het klimaat werd steeds warmer en daardoor steeg de zeespiegel sterk. Er ontstond vooral veen in laag Nederland, dat in de Biesbosch bestond uit bos- en rietveen. Het was erg vochtig dus het veen kreeg alle kans om te groeien.

Pas toen de mens het gebied in de Middeleeuwen voor het eerst inpolderde, stopte het groeien van het veen. De Hollandsche Waard die ontstond werd de bakermat van de Nederlandse landbouwcultuur. Het probleem was dat het gebied sterk werd ontwaterd door het droogmalen van de polders ten behoeve van de landbouw. Het veen klonk sterk in zodat het maaiveld in de Hollandsche Waard op sommige plaatsen enkele meters daalde. In combinatie met het verzwakken van de dijken door het zogenaamde "moeren", het onttrekken van zout aan veen, ontstond een levensgevaarlijke situatie die in 1421 explosief tot een einde kwam.

 

ZOEKEN

 
 

GRATIS MAGAZINE

 

Schrijf je hier in voor het grat Schrijf je hier in voor het gratis magazine van het Biesbosch MuseumEiland!

 

ACTIVITEITENKALENDER

 

 

LAATSTE NIEUWS

 
Schrijf je hier in voor het grat
Museumroof

Schilderij St. Elisabethsvloed

Het Biesbosch MuseumEiland heeft de IDEA-tops Awards 2016 gewonnen in de categorie: Green Architecture

Green Key certificaat

Vrijwilligers

Bezoekers

Biesbosch Beleving

 
 
 

© biesbosch.nu