START

RECREATIE

MAGAZINE

NATUUR

HISTORIE

EDUCATIE

OVER ONS

LOGIN

 
 

Algemeen
Een wirwar van kreken, grienden, rietvelden en bossen maakte de Biesbosch een belangrijke schuilplaats voor onderduikers in de tweede wereldoorlog. De Duitsers waren bang het gebied te betreden en de acties die ze uitvoerden hadden dan ook weinig effect. Toen de Biesbosch op het laatst van de oorlog tussen de linies van de Duitsers en de geallieerden kwam te liggen, werden er door dappere mensen vele 'crossings' dwars door het gebied uitgevoerd waarbij vaak belangrijke personen en informatie de geallieerden bereikte.

Hier begon het eerste verzet tegen de Duitse bezetter. Een aantal personen, verspreid over ons land, riepen de bevolking op via kettingbrieven om symbolisch en openlijk verzet te tonen tegen de Duitsers. Deze 'Geuzenberichten' stimuleerden veel Nederlanders tot protest en ze weigerden gehoor te geven aan allerlei Duitse maatregelen, vooral die met betrekking tot de Joden. In de loop van de oorlog groeide het verzet tot een ondergronds leger, en werden velen die door de bezetter werden bedreigd en vervolgd, door verzetsmensen geholpen, beschermd en verzorgd, en konden bij andere mensen onderduiken.


Albrechtgroep
Het verzet moest onder andere heel veel informatie verzamelen over de Duitse troepen, vliegvelden en wapenopslagplaatsen.

Daarom werden er spionagegroepen opgericht, waaronder de groep 'Albrecht'. Deze groep verstuurde de spionagerapporten via een zender in de Biesbosch naar het hoofdkwartier in Londen.

Om al deze rapporten bij elkaar te krijgen, werd er gewerkt met koeriersters, die per trein en fiets vanuit het hele land de informatie naar het centrale verzendpunt in de Biesbosch brachten. Vanaf dit punt werd de informatie verder gedistribueerd. Door bombardementen, treinstakingen, controles en het uit de vaart nemen van veerdiensten, werd dat koerierswerk steeds moeilijker. Hierdoor werd het bereiken van de zendpost in De Biesbosch bijna onmogelijk. In September 1944 werd de zender dan ook vanuit De Biesbosch verplaatst naar Rotterdam.


Crossings
De laatste oorlogswinter
Vanaf november 1944 was Nederland verdeeld in een bevrijd en bezet gebied. En daartussen lag water en land, het doolhof van de Biesbosch. Onbegaanbaar voor iedereen die dit gebied niet kende, en dan komt er, dwars door dat doolhof van vaargeulen en kreken, een verbinding tot stand. Dit is het begin van de crossings.
Er ontstonden twee crossroutes (Crossen: oversteken, overvaren, door de vijandelijke linies gaan), waarlangs zich al snel een regelmatige dienst ontwikkelde, de Militaire Koeriersweg.

Gevaarlijke tochten
Dit crossingwerk is verricht door 21 mensen, die met elkaar ongeveer 370 crossings gemaakt hebben. Vaak waren ze 4 nachten per week in touw met deze gevaarlijk tochten, waarbij de kans op ontdekking door de Duitsers groot was. Niet elke crossing is gelukt en soms was men genoodzaakt terug te keren. De overtochten vonden plaats in maanloze nachten in roeikano of roeiboot. Liefst bij slecht zicht en weer om de kans op ontdekking tegen te gaan.
Ondanks alle tegenslagen en gevaren (Duitse mitrailleurposten langs de route, patrouillevaartuigen, wind en regen, sneeuw, mist of storm, maar er moest gevaren worden) hield de crossline tot het einde van de oorlog stand.

De Crosslines
Er ontstonden twee cross-routes:

1. Sliedrecht - Nieuwe Merwede - Amer -> Lage Zwaluwe (15 km):
Deze route begon in de Sliedrechtse haven, via de Helsluis naar de Huiswaardsloot, dan werd de roeiboot over de Overtoom gesleept, en via de Nieuwe Merwede ging het naar de haven van Lage Zwaluwe.

2. Werkendam - Biesbosch - Amer -> Drimmelen (13 km):
Over land van Werkendam naar de Bruine Kil, verder per roeiboot door de Bruine Kil over het Steurgat, langs de polder Pauluszand via het Nauw van Paulus, richting Spijkerboor, de Amer over en zo naar de haven van Drimmelen.

De variant van Werkendam naar Lage Zwaluwe, was 18 kilometer lang.

Frontkoeriers
Gedurende de winter van 1944/1945 nam het belang van de crosslines toe. Ze werden gebruikt voor militaire berichten, vervoer van instrumenten naar bezet gebied en vervoer van geallieerde piloten, personen met belangrijke regeringsopdrachten, agenten met geheime zenders en voor het overbrengen van mensen die in het bezette gebied in levensgevaar verkeerden. Ook deed de crossline dienst voor vervoer van schaarse medicijnen, zoals insuline, naar bezet gebied. Van de 21 'frontkoeriers' die vanaf November 1944 de crossings uitvoerden, zijn er twee in handen van de Duitsers gevallen: Arie van Driel, bij zijn 54ste crossing en Kees van de Sande. Op 30 april '45, net voor de bevrijding, zijn ze door de Duitsers gefusilleerd.

De hoogste militaire onderscheiding, de Militaire Willemsorde, is hun postuum verleend. Zij behoorden tot de vele duizenden die hun leven hebben gegeven voor onze vrijheid.

Linecrossers
Vanaf 6 november 1944 waren 21 mannen bereid om berichten, microfilms, koeriers, piloten, joden en zelfs een generaal vanaf Werkendam en Sliedrecht via de Biesbosch of de Nieuwe Merwede naar het bevrijde zuiden over te brengen. Ze stonden al snel bekend als "line-crossers".

In Werkendam was de plaats van samenkomst het huis van de familie Visser. Vanaf hier gingen de mannen in donkere, veelal steenkoude nachten hun kostbare vracht wegbrengen om terug te keren met berichten voor het bezette gebied en broodnodige medicijnen (vooral insuline). Een extra vijand in deze nachten vormde het heldere schijnsel van de maan. Toen in januari 1945 de Biesbosch afgesloten werd voor zijn normale bewoners was het heel duidelijk dat alles wat zich 's nachts in de Biesbosch ophield daar volgens de bezetter niet hoorde. Ondanks de vele hachelijke situaties probeerde men een geregelde dienst te onderhouden. In de zes maanden die nog restten tot de bevrijding, met grofweg 180 nachten die lang niet allemaal maanloos waren, zijn 370 crossings uitgevoerd. Zeker in het begin ondernamen sommige crossers vier nachten per week hun bloedstollende tocht op het getijdewater.

Het is niet verwonderlijk dat sommige tochten helemaal verkeerd afliepen. Omdat de vaste maat van Piet van den Hoek gewond was geraakt ging de onderduiker Tijs Peele in de nacht van 13 januari 1945 mee. Zij werden gearresteerd en overgebracht naar kamp Amersfoort, maar zagen kans te ontvluchten. Voor Tijs was deze tocht "eens maar nooit meer". Half maart 1945 viel Aaike van Driel in Duitse handen en ook Kees van der Sande werd opgepakt. Beiden werden op 30 april 1945 op Fort de Bilt gefusilleerd.

Luchtgevechten boven de Biesbosch
Op 13 mei 1940, tweede Pinksterdag, vond boven de Biesbosch een luchtgevecht plaats tussen Duitse en Engelse vliegtuigen.

“ Plotseling mengden zich zo’n 27 BF 109 (Messerschmitts) in het gevecht. Ik hoorde mijn boordschutter Bromley juichen en ik denk dat hij een van de ons achtervolgende Duitsers had neergeschoten. Zeker weten doe ik het niet omdat volgens mij Bromley direct daarna werd getroffen en gedood, toen ons toestel van achteren werd beschoten. Het dashboard en een deel van de stuurkolom werd daardoor weggeslagen, ook de brandstoftank aan stuurboordzijde vloog in brand. Omdat de boordschutter niet meer antwoordde, ben ik, toen de vlammen de cockpit bereikten, eruit gesprongen.” Aldus het verslag van de piloot S.R. Thomas.

De resten van zijn vliegtuig werden in 1994 bij de Petrusplaat terug gevonden. De stoffelijke resten van boordschutter J.S. Bromley, die nog steeds als vermist geregistreerd stond, bleken nog in het wrak aanwezig te zijn en werden geborgen. De motor vond een plaats in het Biesboschmuseum.

Bemanning van neergestorte vliegtuigen kon rekenen op de hulp van de bevolking. Dit tot ongenoegen van de bezetter.

NSB burgemeester Van Dulst schreef in zijn rapport van 4 juli 1944: “Te Kille sprongen in denzelfden nacht 5 Engelsche piloten af. De bevolking nam geen moeite de plaatselijke autoriteiten te waarschuwen”. Twee piloten werden bij een boer gevonden, twee in het koren en één lijk werd geborgen.

Minstens 11 vliegtuigen zijn neergestort in de Biesbosch. Een aantal zijn wegens geldgebrek nog niet geborgen. Op de begraafplaats van Werkendam zijn een aantal graven van bemanningsleden van geallieerde vliegtuigen te vinden.

Partizanen
Het gerucht over de op handen zijnde bevrijding van Nederland, dat verspreid werd op dolle dinsdag, zorgde voor grote groepen deserterende en vluchtende Duitse soldaten. Vanuit zuid Nederland stuitten zij op de rivier de Amer. Met kleine bootjes o.a. uit de haven van Drimmelen staken zij de rivier over en kwamen ze op een smalle dijk. Vanaf hier konden zij via het bruggetje over de sloot van St. Jan een eilandpolder op. Velen zullen zich niet gerealiseerd hebben dat de Biesbosch alleen per boot begaanbaar was. Bij 6 onderduikers in het gebied en de L.O. (landelijke organisatie die zorgde voor onderduikers en partizanen) ontstond het idee deze soldaten gevangen te nemen om zodoende wapens in bezit te krijgen. Omdat het hierbij ging om gewapend verzet werden zij "partizanen" genoemd. Door samenvoeging met een groep onderduikers uit Drimmelen, de Heenplaatgroep, ontstond een groep van 40 partizanen.

Het maken van krijgsgevangenen had veel consequenties, zeker omdat niet bekend was hoelang de bevrijding nog op zich zou laten wachten. Twee motorschepen, die ondergedoken lagen in de Biesbosch, werden in beslag genomen en ingericht als gevangenschepen. Het distributiekantoor in Hank werd beroofd om aan voedselbonnen te komen. Boeren die op de hoogte waren van de acties zorgden voor aardappels, kool en fruit. Het aantal krijgsgevangenen liep tussen september en 4 november 1944 op tot 75 Duitse en Italiaanse soldaten.

De bevrijding van het zuiden liet gelukkig niet al te lang op zich wachten. Bij de eerste mogelijkheid, in de nacht van 5 op 6 november 1944 voeren de partizanen met de twee motorschepen naar Drimmelen en droegen hun gevangenen over aan de Poolse commandant in het bevrijde Made.

Onderduikers
De Biesbosch was een ideaal gebied voor onderduikers door de warwinkel van getijdenwater, slikken, eilandjes met ruigten, rietgorzen, grienden en polders. Wie het gebied niet goed kende, raakte makkelijk verdwaald en zij die de weg wel kenden, konden ogenschijnlijk van de aardbodem verdwijnen. Al snel kwamen onderduikers in het gebied. Als eerste Nederlandse militairen die weigerden zich als krijgsgevangenen over te geven. In 1943 nam het aantal onderduikers toe doordat veel jonge mannen weigerden in Duitsland te gaan werken. Samen met een klein aantal Joden, met personen die vanwege hun verzetsactiviteiten gezocht werden en met neergeschoten piloten, vonden zij onderdak bij boeren of op één van de arken die in het gebied lagen. Via het Biesboschpostkantoortje aan de Kievitswaard werden boeren gewaarschuwd voor ophanden zijnde razzia's. Door de opgezette waarschuwingsdienst bereikten deze berichten ook de onderduikers op de arken.

Op 25 april 1944 zag Aaike Duijnhouwer, postkantoorhouder, de Duitsers de Biesbosch intrekken en hij waarschuwde zo snel mogelijk de boeren. Helaas werden deze keer tientallen jonge mensen opgepakt. Eén van hen is niet meer teruggekeerd uit Duitsland. Vrijdag 30 september 1944 volgde weer een razzia. Boer Jaap Kodde werd tijdens een verhoor zwaar afgetuigd maar hield zijn kiezen stijf op elkaar.

Door de bevrijding van het zuiden werd de Biesbosch grensgebied. Steeds vaker werden boeren tijdelijk uit hun huis gezet om Oostenrijkers, Wit-Russen en Duitsers te herbergen. Onderduiken in het gebied werd steeds riskanter. In een laatste poging grip te krijgen op het gebied werden in de nacht van 17 op 18 januari 1945 alle bewoners uit het gebied verdreven. De Biesbosch ging op slot.

 

ZOEKEN

 
 

GRATIS MAGAZINE

 

Schrijf je hier in voor het grat Schrijf je hier in voor het gratis magazine van het Biesbosch MuseumEiland!

 

ACTIVITEITENKALENDER

 

 

LAATSTE NIEUWS

 
Schrijf je hier in voor het grat
Museumroof

Schilderij St. Elisabethsvloed

Het Biesbosch MuseumEiland heeft de IDEA-tops Awards 2016 gewonnen in de categorie: Green Architecture

Green Key certificaat

Vrijwilligers

Bezoekers

Biesbosch Beleving

 
 
 

© biesbosch.nu