START

RECREATIE

MAGAZINE

NATUUR

HISTORIE

EDUCATIE

OVER ONS

LOGIN

 
 

Landbouw
Ontstaan van de landbouwpolders

Pas 30 jaar na de St. Elizabethvloed (1421) beschermden de Heren van Altena hun deel van de voormalige Groote Waard tegen nieuwe rampen door de westelijke dijk van hun gebied te herstellen. Het deel van de Groote Waard dat ten westen daarvan lag, werd definitief als verloren beschouwd. De dijk werd dan ook bekend als de “Zeedijk”.

De verlanding van de Biesbosch kwam in het noordoosten het eerst op gang. De aanwinning van land ging aanvankelijk in een heel laag tempo. De eerste polder die werd teruggewonnen op het water was de Vervoornepolder in 1552, gevolgd door de Uppelse- en Althenase polder (1646), Karnemelksepolder (1725), Prik- en Schanswaard (1740) en de Boerenverdriet (1758). De polders waren via de Zeedijk goed bereikbaar. Doordat zij werden omdijkt tot ± 3 meter boven A.P. bleven zij droog en was de grond geschikt voor bouwland.

De polders waren in het bezit van particuliere grootgrondbezitters die de gronden verpachtten aan boeren uit de omliggende dorpen. Het gros van de polders werd gevormd in de 19e eeuw. De laatste platen werden ingepolderd in 1918.

Napoleon liet tussen 1801-1813 een aantal grotere waarden verkopen aan particulieren die de waarden inpolderden en hierop landbouwbedrijven begonnen. Keizersguldenwaard werd in 1802, als eerste in de Noordwaard, ingepolderd en omdijkt tot een hoogte van max. 3.20 meter boven A.P. De hoogte van de dijk maakte het mogelijk om ook op de polder te wonen. In 1805 werd hier de eerste boerderij gebouwd.

De, ook rond 1802 verkochte, Hardenhoek, Kievitswaard, Kalverwaard en Kijfhoek zouden, samen met Keizersguldenwaard, lange tijd de enige polders zijn waarop bouwland lag en een boerderij stond.

In verband met de waterstaatkundige problemen van het gebied werd het in 1805 bij wet verboden dijken aan te leggen die hoger waren dan 2.64 mtr. boven A.P. Hierdoor waren de polders alleen nog maar te gebruiken als graspolders die vervolgens omkaad werden met een plasberm.

Domeinen benoemden in 1839 een opzichter voor de Bies­bosch en gingen over tot exploitatie van het gebied­­. Herhaalde overstromingen zorgden voor een belangrijke verhoging van de bodem. Daardoor werd het economisch mogelijk de polders in bouwland om te zetten. Onder Koning Willem III, die grote belangstelling voor de landbouw had, werden de eerste bedrijven gevestigd in de huidige Noordwaard. Het graven van de Nieuwe Merwede en de aanleg van de Bandijk zorgden er voor dat ­­­in 1870 voor het eerst weer toestemming gegeven werd om een polder te bedijken tot 3 meter boven A.P. De inpoldering raakte in een stroomversnelling. Pachtboerderijen schoten als paddestoelen uit de grond.

Door de snelle inpoldering bleef er steeds minder ruimte over voor de vloedkomfunctie van de Biesbosch. In het minst erge geval liepen na de overstroming de polders onder en bleef er veel zand op de landerijen achter. Wanneer echter kort daarop de vorst intrad kon de polder soms tot ver in het voorjaar niet bewerkt worden.

Na de zware overstroming van 1916 was het weer toegestaan de dijken verder te verhogen. De kosten voor bedijking werden langzaam maar zeker zo hoog dat ze niet meer opwogen tegen de baten. Steeds vaker kwamen er plannen op tafel voor algehele inpoldering van het hele gebied. Wegen en spoorlijnen konden het gebied ontsluiten, nieuwe dorpen konden landarbeiders gaan huisvesten. Het hele gebied zou tot grote bloei komen.

 

ZOEKEN

 
 

GRATIS MAGAZINE

 

Schrijf je hier in voor het grat Schrijf je hier in voor het gratis magazine van het Biesbosch MuseumEiland!

 

ACTIVITEITENKALENDER

 

 

LAATSTE NIEUWS

 
Schrijf je hier in voor het grat
Museumroof

Schilderij St. Elisabethsvloed

Het Biesbosch MuseumEiland heeft de IDEA-tops Awards 2016 gewonnen in de categorie: Green Architecture

Green Key certificaat

Vrijwilligers

Bezoekers

Biesbosch Beleving

 
 
 

© biesbosch.nu